17 december 2017 Jos Laus en Drieklank (zang)

Thema met Variaties, Hendrik Andriessen, 1892 – 1981 (orgel)

Kyrie en Gloria, Hendrik Andriessen uit Missa Simplex

Interludium, Albert de Klerk  1917 – 1988  (orgel)

Credo, Hendrik Andriessen uit Missa Simplex

Invention XVII, Herman Strategier 1912-1988  (orgel)
uit Thirty Short Inventions for Organ

Sanctus, Benedictus, Agnus Dei, Hendrik Andriessen
uit Missa Simplex

Concerto in a nach Vivaldi,  Johann Seb. Bach  1685 – 1750 (orgel)
Deel 1 allegro

Pauze

Verhaal voor donkere dagen

Nu sijt wellecome

Stille Nacht, Heilige Nacht

Duetten, Cé

sar Auguste Franck  1822 – 1890
La Vierge à la chrèche,
L’ Ange Gardien

Entre le boeuf et l‘ âne gris

Away in a Manger

Choral I, Hendrik Andriessen (orgel)

  

 

Drieklank bestaat uit Judith Lorand (sopraan), Liduin Mora (mezzosopraan) en Dorien van Rumt (alt).

Voorheen zongen zij samen in het John Wilbye Consort octet. Daar werd het idee opgevat om tijdens een concert de zang van het octet af te wisselen met Italiaanse madrigalen voor drie vrouwenstemmen. Na het verlaten van het octet in 2005 besloten zij samen verder te gaan als Drieklank. Ze voeren alle muziek „a capella“ uit. Naast madrigalen behoren ook andere genres, zoals religieuze liederen, Nederlandse (volks)liederen en kerstliederen, tot hun repertoire, en sinds kort Missa Simplex van Hendrik Andriessen.

Tijdens de repetities van Drieklank zet ieder haar sterke kanten in. Zo kunnen ze zelfstandig steeds weer nieuwe muziek instuderen. Ze zingen veel, luisteren goed, proberen elkaars aanwijzingen en suggesties uit en evalueren gezamenlijk. Zo ontstaat een door ieder gedragen uitvoering van de muziekstukken.

Met de samenklank heeft Noa Frenkl hen een aantal keren gecoacht en voor de Missa Simplex heeft Caecilia Andriessen, dochter van Hendrik Andriessen, hen waardevolle aanwijzingen gegeven.

Drieklank organiseert zelf concerten, maar wordt ook regelmatig uitgenodigd om bijvoorbeeld feesten op te luisteren of om in verpleeghuizen te zingen. 

Judith Lorand zong in haar studententijd in koren, o.a. het William Byrd Vocaal Ensemble. Ze ontving zangles van Trudi Koeleman (klassiek) en Tilde van Haaster (impro-viseren, wereldmuziek). Omdat ze slechtziend is, begon ze de muziek van buiten te leren. Dat geeft haar een gevoel van vrijheid. Solo zong ze in de komische opera’s van Gilbert en Sullivan (Leiden English Choir), in lied-programma’s en de laatste jaren Joodse en wereldmuziek, het liefst a capella.

Liduin Mora-Klück komt uit een gezin van 7 kinderen waar iedereen muziek maakte. Liduin leerde zichzelf piano spelen. Later kwam daar de blokfluit en gitaar bij. Helaas moest ze eind jaren 80 door een blessure het pianospelen vaarwel zeggen en heeft ze zich uitsluitend gericht op de zang. Ze heeft veel van de zangtechniek en muzikale interpretaties mogen leren in het schoolkoor van de beroemde bariton Ruud van der Meer. Daarna hebben o.a. de dirigenten Cees Rotteveel, Marcel den Dulk en Richard Bot haar veel bijgeleerd. Liduin heeft als alt, mezzosopraan en sopraan deel uitgemaakt van diverse projectkoren, kamerkoren en dubbel-kwartetten en treedt regelmatig als soliste op. Ze is nu bijna 20 jaar lid van het gemengd kerkkoor, eerst van de MoederGodskerk, nu van de Laurentiuskerk.

Dorien van Rumt heeft altijd graag gezongen: het is een deel van wie ze is. Ze volgde vanaf haar 16e zangles van Vera Verzijden, Marien van Nieukerken (Koninklijk Conservatorium Den Haag) en nu van Hetty Gehring. Als soliste heeft ze, begeleid door haar vaste pianiste Erna van der Brug, recitals en liederencycli van diverse componisten uitgevoerd.  Ook heeft zij deelgenomen aan Masterclasses van o.a. Evelyn Tubb, Olaf Bär, Margreet Honig, Maarten Koningsberger, en Sarah Walker. Als soliste zingt zij ook bij koren en orkesten, bijvoorbeeld het Stabat Mater van Pergolesi, en de opera Dido en Aeneas. Verder is ze koorlid en soliste van het Hartebrugkerkkoor in Leiden.

Jos Laus (1953) studeerde aan het Kon. Conservatorium in Den Haag piano, orgel en koordirectie. Na afronding van zijn studies aldaar, volgde hij nog improvisatielessen bij Bernard Bartelink te Haarlem. Van 1969 tot 2004 was hij als dirigent en organist verbonden aan de H. Bonifatiuskerk te Rijswijk. Met het koor Gloria Deo en de Schola Cantorum  werd regelmatig medewerking verleend aan radio- en televisie uitzendingen.

Sinds juli 2004 is hij als dirigent en organist werkzaam in de kerk van St. Jacobus de Meerdere te ’s-Gravenhage, waar hij de muzikale leiding heeft over de koren en over de organisatie van de concerten. Naast een concertpraktijk in eigen land, is hij regelmatig als concertorganist te gast in het buitenland (o.a. België, Frankrijk, Duitsland ).

Als orgeldeskundige en lid van het College van Orgeladviseurs Nederland (CvON) begeleidde hij tal van belangrijke restauratie- en nieuwbouwprojecten, o.a. de orgels van de kathedraal van Utrecht (Ste Catharina), Zwolle (O.L.Vrouw), Oosterhout (St. Jan) en Delft (Maria van Jesse). Begin 2000 werd hij door de Unesco uitgenodigd een advies uit te brengen en de begeleiding ter hand te nemen van de restauratie van het Maarschalkerweerd-orgel in de kathedraal van Paramaribo in Suriname. In Indonesië werd hij betrokken bij  de inventarisatie van het daar aanwezige pijporgelbestand.

Van zijn hand verschenen verschillende publicaties over technische- en historische aspecten van de orgelbouw. Wetenschappelijk onderzoek naar het oeuvre van de 19e eeuwse Utrechtse orgelmakers Maarschalkerweerd en Zoon leidde in 2008 tot een publicatie in boekvorm.

Van zijn werk als musicus verschenen verschillende opnamen; zo verscheen in 2010 de CD Franse Meesters in de Hofstad. Deze CD, geheel gewijd aan Franse orgelmuziek en uitgevoerd op het Adema/Maarschalkerweerd-orgel van de kerk van de H. Jacobus de Meerdere in Den Haag, kreeg een warm onthaal!

Naast zijn werkzaamheden aan de kerk van de H. Jacobus de Meerdere is hij werkzaam als begeleider aan de dansvakopleiding van het Kon. Conservatorium in Den Haag en dirigent van de Capella Sti. Jacobi.